Текст страницы
ONDERHOUD
LET OP: Vergeet niet de grasmand aan te
brengen wanneer u de machine gebruikt.
KENNISGEVING: Gebruik deze machine alleen
voor het maaien van een gazon. Maai geen
onkruid met deze machine.
WAARSCHUWING: Voordat u de onder-
houdswerkzaamheden uitvoert, trekt u de stekker
van het verlengsnoer uit het stopcontact en con-
troleert u of het snijblad volledig tot stilstand is
gekomen.
Houd bij het maaien de handgreep met beide handen
stevig vast.
► Fig.20
LET OP: Draag altijd handschoenen tijdens
het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden.
De richtlijn voor de maaisnelheid is ongeveer één meter
per vier seconden.
► Fig.21
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van
het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties,
onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een
erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en
altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen.
Begin te maaien bij het stopcontact om er zeker van te
zijn dat het verlengsnoer geen obstakel vormt.
► Fig.22: 1. Stopcontact 2. Verlengsnoer
Onderhoud na het maaien
Zorg ervoor dat het verlengsnoer niet onder de machine
komt of eronder verstrikt raakt.
► Fig.23
► Fig.24
Veeg na het maaien de machine af met een droge
doek of een doek bevochtigd met zeepwater. Gebruik
ook een zachte borstel om grasmaaisel en vuil van het
snijblad af te borstelen.
KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was-
benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor
kunnen verkleuring, vervormingen en barsten
worden veroorzaakt.
De lijnen op beide zijkanten van het maaidek zijn richtlij-
nen voor de maaibreedte. Gebruik de lijnen als richtlijn
bij het maaien in banen. Overlap elke baan met de helft
of een derde van de breedte van de vorige baan om het
gazon gelijkmatig te maaien.
► Fig.25: 1. Maaibreedte 2. Overlapping 3. Lijn
Opbergen
Verander de maairichting bij elke baan om te voorko-
men dat het graspatroon in één richting wordt gevormd.
► Fig.26
1.
Koppel het verlengsnoer los.
► Fig.29: 1. Verlengsnoer
2.
Open de achterklep en verwijder de grasmand.
► Fig.30: 1. Achterklep 2. Grasmand
Controleer regelmatig het gemaaide gras in de gras-
mand. Leeg de grasmand voordat deze vol raakt.
Vergeet niet de machine uit te schakelen voorafgaand
aan elke periodieke controle.
3.
Draai de vingermoeren los terwijl u de handgreep
vasthoudt, beweeg de handgreep vervolgens iets naar
buiten en kantel daarna de handgreep voorover.
► Fig.31: 1. Vingermoer 2. Handgreep 3. Markering
OPMERKING: Als u de grasmaaier gebruikt met een
volle grasmand kan het snijblad niet soepel draaien,
hetgeen de motor overmatig belast, waardoor de
kans op defecten toeneemt.
4. Pijl
Maaien van erg lang gras
LET OP: Let erop dat bij het vasthouden van
de handgreep, uw hand of vingers niet bekneld
raken.
OPMERKING: Controleer of de pijl naar de markering
wijst in de verst voorover gekantelde stand.
Probeer niet om lang gras in één keer te maaien. Maai
in plaats daarvan het gazon in meerdere maaibeurten.
Laat een dag of twee tussen de maaibeurten, tot het
gazon gelijkmatig kort is.
► Fig.27
4.
Draai de vingermoeren vast.
► Fig.32: 1. Vingermoer
OPMERKING: Als u erg lang gras in één keer hele-
maal kort maait, kan het gras afsterven. Tevens kan
de binnenkant van het maaidek verstopt raken door
het gemaaide gras.
5.
Open de hendels en plaats daarna de kabel
bovenop de hendel.
► Fig.33: 1. Hendel 2. Kabel
Randen maaien
6.
Draai de hendels terug tot halverwege, zoals
aangegeven in de afbeelding.
► Fig.34: 1. Hendel
Wanneer u de randen van het gazon maait, rijdt u met
de machine langs de rand van het gazon.
► Fig.28
7.
Vouw het handgreep dubbel.
► Fig.35: 1. Handgreep
8.
Plaats de machine zoals aangegeven in de
afbeelding.
► Fig.36
46
NEDERLANDS