Текст страницы
7. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
7.1 Algemene informatie
•
Reinig de kookplaat na elk gebruik.
•
Gebruik altijd kookgerei met een schone
bodem.
•
Krassen of donkere vlekken op het
oppervlak hebben geen invloed op de
werking van de kookplaat.
•
Gebruik een specifiek schoonmaakmiddel
voor het oppervlak van de kookplaat.
•
Gebruik een speciale schraper voor het
glas.
7.2 De kookplaat reinigen
suikerhoudend voedsel, anders kan dit
schade aan de kookplaat veroorzaken.
Doe voorzichtig om brandwonden te
voorkomen. Gebruik de speciale schraper
op de glazen plaat en verwijder resten
door het blad over het oppervlak te
schuiven.
•
Verwijder wanneer de kookplaat
voldoende is afgekoeld: kalkringen,
waterringen, vetvlekken, glanzende
metaalverkleuring. Reinig de kookplaat
met een vochtige doek en een beetje niet-
schurend reinigingsmiddel. Droog de
kookplaat na reiniging af met een zachte
doek.
•
Verwijder glanzende metaalverkleuring:
reinig het glazen oppervlak met een doek
en een oplossing van water met azijn.
•
Verwijder onmiddellijk: gesmolten
kunststof, plastic folie, zout, suiker en
8. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
8.1 Wat moet je doen als ...
Probleem
Mogelijke oorzaak
Oplossing
Je kunt de kookplaat niet inscha‐
kelen of bedienen.
Controleer of de kookplaat goed aan‐
gesloten is op het lichtnet.
De kookplaat is niet aangesloten op
een stopcontact of niet goed geïn‐
stalleerd.
De zekering is doorgeslagen.
Verzeker je ervan dat de zekering de
oorzaak van de storing is. Als de zeke‐
ringen keer op keer doorslaan, neem
je contact op met een erkende installa‐
teur.
Je stelde gedurende 10 seconden
geen kookstand in.
Schakel de kookplaat opnieuw in en
stel de kookstand binnen 10 seconden
in.
Raak slechts één sensorveld aan.
Je hebt 2 of meer sensorvelden te‐
gelijkertijd aangeraakt.
Reinig het bedieningspaneel.
Water of vetvlekken op het bedie‐
ningspaneel.
94
NEDERLANDS